Voorlopig is de gedachte van de baan dat men op korte termijn het papieren archief kan sluiten. Er is zoveel materiaal dat onderzocht moet worden dat niet op korte tijd kan worden gedigitaliseerd. Een alternatief zou kunnen zijn: scanning on demand. Dit is de slogan van veel archieven geworden. Elke historicus of amateur zou voor 25ct per pagina de gewenste documenten moeten kunnen laten digitaliseren. Voor de doorsnee academicus of promovendus is dit een bijna onoverkomelijk bedrag omdat men al gauw een rekening heeft van enkele honderden euro's kosten. Er is een tweede probleem. Het staat niet van te voren vast of de gewenste kopieën wel het materiaal bevatten dat men voor de studie wenst. Historisch werk blijft toch nadrukkelijk in papieren documenten neuzen, waarvan men achteraf wel kan verzoeken bepaalde waardevollere delen van documenten te laten digitaliseren, zoals men vroeger fotokopieën nam. Men kan dan dit materiaal wel thuis bestuderen.
Door de crisis zijn momenteel heel wat archieven nog maar bepekte tijden open. Voor een deel komt dit doordat veel mensen de stukken digitaal via internet raadplegen, waardoor grote studiezalen nog maar amper bezoekers trekken. Het ligt voor de hand dat dit in deze tijd niet meer kan. In plaats van archiefmensen in bijkans lege leeszalen te werkzaam te laten kan men beter deze toch schaarse hulpkrachten inzetten om behulpzaam zijn bij de digitalisering. De crisis biedt echter aan de archieven ook de mogelijkheid van een zinvolle tijdsbesteding van oudere werkelozen waarvan men weet dat slechts 4% een baan vindt. Tegen een kleine extra vergoeding zullen velen wel bereid gevonden kunnen worden wat digitaliseringswerkzaamheden als tijdsvulling te willen uitvoeren. Het ambtelijke archiefpersoneel zou dan leiding aan dit proces kunnen geven.
Dat laat onverlet dat voor historici die het bronmateriaal willen inzien het steeds moeilijker wordt.
In sommige opzichten kun men dus stellen dat hoe je het wendt of keert de digitalisering een bedreiging voor het historische onderzoek betekent. Je kunt zelfs stellen dat digitalisering op sommige punten contraproductief werkt in plaats van het historische onderzoek juist te bevorderen.
Een oplossing zou kunnen zijn het centraliseren van het archiefwezen. Er zouden in het land enkele archieven ruime openingstijden moeten hebben waar historici hun werk zouden kunnen doen, waarbij zij de mogelijkheid zouden moeten hebben archiefmateriaal van uit andere archieven op te vragen. Of dat van harte gaat is een vraag. Meer het begin is er toch wel. Het nationaal archief verplaatste onlangs zijn burgerlijke stand gegevens van Nederland naar het CBG, waardoor veel familiehistorici niet meer zo naar het nationale archief behoeven, zodat men met een beperkte menskracht de historici zou kunnen bedienen.
Kortom men staat momenteel in een keerpunt in de archiefwereld. Dat dit tot onplezierige zaken zal leiden is duidelijkheid, maar de economie dwingt ons dergelijke maatregelen te nemen. Dat digitalisering effectief is blijkt uit het leeglopen van de leeszalen. Maar leeszalen moeten wel open blijven maar op een andere manier wellicht, meer effectief voor de historici. Bedenk echter ook dat iedere Nederlander heeft het grondwettelijke recht stukken van de overheid op te vragen, wat deze dan ook moge inhouden. Het wezen van de democratie is immers openheid van zaken, men moet de overheid te allen tijde kunnen controleren.
bron: www.ngv.nl
