Sedert 1994 is voor de opsporing van misdaden en het identificeren van slachtoffers DNA-onderzoek toegestaan. Met de uitbreiding van de DNA-onderzoektechnieken zijn ook de forensische DNA-opsporingsmogelijkheden vergroot. In de laatste 15 jaar zijn diverse wetswijzigingen geweest, die het mogelijk maken deze nieuwe technieken bij het forensisch onderzoek toe te passen.
Ook nu staat een wetsuitbreiding voor de deur.
Vandaag is in de Tweede Kamer het tweede termijn debat gevoerd over de verdere uitbreiding van dit forensisch-DNA onderzoek. De nieuwe wetgeving moet de mogelijkheid openen voor forensische familie-onderzoek en tevens voor het vaststellen van uiterlijke zichtbare kenmerken op basis van de DNA gegevens. Naar het zich laat aanzien zal dit wetsvoorstel de tweede kamer passeren. Voor hen die geïnteresseerd zijn in DNA-technologie bij de genealogie, wordt verwezen naar de gelegenheid om dit debat nogmaals te beluisteren bij de knop uitzending gemist van de tweede kamer website. Men kan zich dan zelf oriënteren, en zelf ook conclusies trekken welke repercussies dit voor het genealogisch onderzoek zal hebben. Dit debat wordt op een goed niveau gevoerd en voor velen, ook niet insiders zal het besprokene leerzaam zijn. Het is duidelijk dat deze nieuwe mogelijkheden met de grootst mogelijke voorzichtigheid moet worden omgeven wat betreft de privacy aspecten. Ook zal men extra vigilant moeten zijn zodat men bij near-hits voldoende zorgvuldigheid inbouwt.
Een aantal feiten zijn inmiddels duidelijk geworden. Bij het (short tandem repeat) STR-onderzoek heeft men het aantal markers verhoogd van 10 naar 15, waardoor de specificiteit toeneemt. Daarnaast kan men bij dit onderzoek Y-chromosoom-dna-analyse en het Mt-DNA-analyse betrekken. Wat betreft het onderzoek naar de zichtbare uiterlijke kenmerken, op basis van de DNA-gegevens, wordt de oogkleur in eerste instantie genoemd. Tenslotte kunnen bij het onderzoek ook bio-geografische aspecten worden meegenomen. Een belangrijk punt is dat de forensische databank in overheidshanden blijft, maar er wordt ook aangedrongen dat commerciële laboratoria toegang tot deze bank moeten krijgen.
Dit kamerdebat roept ongetwijfeld bij velen vragen op. Zodra de handelingen van de tweede kamer beschikbaar komen zullen wij deze materie nauwkeurig bestuderen en hierop ongetwijfeld terugkomen. Voorlopig onthouden we ons daarom van commentaar.
bron: www.ngv.nl




