genealogie-stamboom.nl

...de genealogie website van Nederland

  • Vergroot letter grootte
  • Standaard letter grootte
  • Verklein letter grootte
Home

Verbod op carnaval

E-mail Print

Binnenkort is het weer carnaval. Al eeuwen wordt aan de vooravond van de vastentijd voor Pasen uitbundig feestgevierd. Maar pogingen tot verbod op de volksuitspatting zijn er ook altijd geweest, zelfs nog in de twintigste eeuw. De bewijzen daarvan zijn in het Nationaal Archief te vinden:

Overheid tegen carnaval
Vroeger was het vooral de protestantse kerk die de katholieke volksuitspattingen met lede ogen aanzag en aandrong op een verbod. In de twintigste eeuw ziet de overheid voor zichzelf een taak weggelegd de feestvreugde te temperen. Bestrijding van zedeloosheid en bevorderen van arbeidsproductiviteit zijn dan de drijfveren.

Gemaskerde uitspattingen
Zo heeft de burgemeester van Sas van Gent schoon genoeg van het zedeloze gedrag van zijn carnaval vierende burgers in 1925. Enkele feiten: Een gemaskerde dame riep: ‘Ik heb mijn beurs verloren’ en liet zich vervolgens door ‘gemaskerde heeren onder de kleederen betasten waarbij zij hare tevredenheid betuigde’. En een andere gemaskerde dame probeerde een ‘gemaskerde jongeling te verleiden tot vleeschelijke gemeenschap’. Ook waren er diverse gemaskerde mannen die met het mannelijk deel duidelijk zichtbaar op straat urineerden.

Geen maskerades meer
In 1926 zijn maskerades in Sas van Gent tijdens carnaval niet meer toegestaan ook al leidt het verbod tot ‘verbittering onder de bevolking’ volgens twee carnavalminnende wethouders. Ook in Limburg en Brabant proberen gemeenten met maskeradeverboden tijdens carnaval de ‘zegepralende ontucht’ te voorkomen.

Gewerkt moet er worden
Naast de schending van zeden was de economie ook een reden om carnaval tegen te gaan. Tijdens de crisis van de jaren dertig drong de overheid bij de gemeentebesturen aan op afschaffing of in elk geval op beperking van de carnavalsfestiviteiten. Vooral met het oog op de economische toestanden. Dit argument wordt ook in 1946 gehanteerd.

Naoorlogse teleurstelling
In de Limburgse mijnstreek vinden de bedrijven en de overheid elkaar in een verbod op carnaval. De viering zou leiden tot een enorm productiviteitsverlies door dronkenschap en daaruit volgend ziekteverzuim. De Mijnindustrieraad vraagt in februari 1946 om een ‘snel en radicaal verbod van elke openbare viering van carnaval’. De minister van Binnenlandse zaken wil niet alle pret bederven en vindt een algeheel verbod op maskers, een nachtelijk verbod op kostumering, tegengaan van optochten en het vroeg sluiten van cafés voldoende. Er blijft weinig carnavalsfeest over, tot grote teleurstelling van de bevolking die na de moeilijke oorlogsjaren reikhalzend naar de eerste viering van carnaval had uitgekeken.

De omstandigheden zijn er nu misschien ook niet naar, maar carnaval wordt gewoon gevierd.

bron: www.nationaalarchief.nl/


 

Links